Inleiding

Op de fiets/ Pedalando: een fietstocht door de Nederlandse grammatica

Waarom deze titel? De fiets is het vervoermiddel bij uitstek in Nederland en in Vlaanderen. Als je op de fiets zit, kan jij zelf kiezen om sneller of langzamer te gaan al naar gelang je interesse in de omgeving, maar je kan ook even afstappen om iets meer in detail te bekijken. Hetzelfde kan je doen, wanneer je door deze cursus fietst: snel oefeningen overslaan, maar ook meerder oefeningen bij een onderwerp maken.

Deze cursus on line bestaat uit 156 Hot Potatoes – oefeningen en is ontworpen als extra oefenmateriaal bij het boek Grammatica neerlandese di base di Dolores Ross e Elisabeth Koenraads (Hoepli 2007). Dat neemt niet weg dat een ieder die in het bezit is van een grammatica Nederlands voor beginners de oefeningen kan maken. Keuze en volgorde zijn vrij.
Ik heb slechts gedeeltelijk rekening gehouden met de richtlijnen van het Common European Framewrok of Reference for Languages, niveau B1, en met het Basiswoordenboek van Piet de Kleijn.
Dit omdat de cursus in de eerste plaats bestemd is voor de studenten aan de Tolk- en Vertalersopleiding van de universiteit van Triëst. In hun professionele toekomst wordt van hen vooral optimale passieve vaardigheden verlangd. Daarom bevat deze cursus, naast eenvoudige basisoefeningen, ook oefeningen met een ingewikkeldere syntaxis en met een hoger register. Veel van onze studenten bereiden zich voor op een baan bij de internationale instellingen en bepaalde woorden en uitdrukkingen uit de politieke en economische sector worden al in de eerste oefeningen aangeboden.
Ik heb besloten de moeilijkheidsgraad niet aan te geven, omdat die volgens mij niet alleen subjectief is maar ook van de leeromstandigheden afhangt.
Bij sommige oefeningen krijgt de student een score; dat maakt deel uit van het spel.
Enkele raadgevingen voor de studenten: gebruik altijd een woordenboek! Een goede beheersing van de woordenschat is belangrijk; het opzoeken van woorden helpt ook automatische reacties te voorkomen, die zo kenmerkend zijn voor grammaticale oefeningen. Pas op bij het gebruik van hoofdletters en leestekens; deze worden gecontroleerd.
En tenslotte: iedere docent weet dat de fouten in nieuw didactisch materiaal pas bij gebruik aan den dag komen. Aangezien deze cursus nog nooit gebruikt is, verzoek ik alle collega's en studenten mij opmerkzaam te maken op technische en inhoudelijke fouten.
Ik dank Marian Goossens, docente aan het Centrum voor volwassenenonderwijs van de Kamer voor Handel en Nijverheid te Brussel en auteur van on line NT2-lesmateriaal, die mij de beginselen van het programma Hot Potatoes heeft bijgebracht.
Elisabeth Koenraads
mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

INHOUD

Spelling

1 Lettergreepverdeling
2 Samenstellingen

Het persoonlijke voornaamwoord en de presens van het werkwoord

3 Persoonlijk voornaamwoord subject + object
4 Persoonlijk voornaamwoord object
5 Persoonlijk voornaamwoord subject
6 Persoonlijk voornaamwoord direct en indirect object
7 Stam van het werkwoord
8 Presens van 'hebben' en 'zijn'
9 Presens 1
10 Presens 2
11 Presens 3
12 Presens 4

De woordvolgorde in de enkelvoudige zin

Bevestigende zin
13 Bevestigende zin a
14 Bevestigende zin b
15 Bevestigende zin c
16 Bevestigende zin d
17 Bevestigende zin e
Inversie
18 Inversie a
19 Inversie b
20 Inversie c
21 Inversie d
22 Inversie e
23 Vraagzin
24 Imperatief 1
25 Imperatief 2

Het zelfstandig naamwoord

26 Meervoud 1
27 Meervoud 2
28 Meervoud 3
29 Meervoud 4
30 Diminutief 1
31 Diminutief 2

Het lidwoord

32 Bepaald lidwoord
33 Gebruik lidwoord 1
34 Gebruik lidwoord 2

Het aanwijzend en bezittelijk voornaamwoord

35 Aanwijzend voornaamwoord 1
36 Aanwijzend voornaamwoord 2
37 Aanwijzend voornaamwoord 3
38 Aanwijzend voornaamwoord 4
39 Identiteitsconstructie
40 Bezittelijk voornaamwoord 1
41 Bezittelijk voornaamwoord 2

Het adjectief

42 Adjectief 1
43 Adjectief 2
44 Adjectief 3
45 Adjectief 4
46 Adjectief 5
47 Comparatief en superlatief

De woordvorming

48 Vrouwelijke vorm
49 Vorming adjectief 1
50 Vorming adjectief 2

De verleden tijd van het werkwoord

51 Tijden regelmatig werkwoord
52 Regelmatige imperfectum 1
53 Regelmatig imperfectum 2
54 Regelmatig perfectum
55 Tijden onregelmatig werkwoord
56 Onregelmatig imperfectum
57 Onregelmatig perfectum
58 Keuze hulpwerkwoord 1
59 Keuze hulpwerkwoord 2
60 Adjectief deelwoord 1
61 Adjectief deelwoord 2

Het passief

62 Passief 1
63 Passief 2

De toekomstige tijd en de modale werkwoorden

64 Toekomstige tijd en modaal werkwoord 1
Toekomstige tijd en modaal werkwoord 2
65 Toekomstige tijd en modaal werkwoord 2a
66 Toekomstige tijd en modaal werkwoord 2b
67 Toekomstige tijd en modaal werkwoord 2c
68 Toekomstige tijd en modaal werkwoord 2d
69 Toekomstige tijd en modaal werkwoord 2e
70 Perfectum modaal werkwoord

Het bijwoord
71 Bijwoord

De ontkenning

72 Ontkenning 1
73 Ontkenning 2
74 Ontkenning 3
75 Ontkenning 4

Het partikel 'er'

76 er 1
77 er 2
78 er 3

De zinsontleding

79 Woordsoorten 1
80 Woordsoorten 2
81 Zinsdelen 1
82 Zinsdelen 2

Het voorzetsel

83 Voorzetsel 1
84 Voorzetsel 2
85 Voorzetsel 3
86 Persoonlijk voornaamwoordelijk bijwoord 1
87 Persoonlijk voornaamwoordelijk bijwoord 2
88 Persoonlijk voornaamwoordelijk bijwoord 3
89 Aanwijzend voornaamwoordelijk bijwoord

Het onbepaalde en vragende voornaamwoord

90 Onbepaald voornaamwoord
91 Vragend voornaamwoord
92 Vragend voornaamwoordelijk bijwoord

Het telwoord

93 Hoofdtelwoord 1
94 Hoofdtelwoord 2
95 Rangtelwoorden
96 Klokkijken
97 Maten en tijden

Het samengestelde werkwoord

98 Samengesteld werkwoord 1
99 Samengesteld werkwoord 2
Samengesteld werkwoord 3
100 Samengesteld werkwoord 3a
101 Samengesteld werkwoord 3b
102 Samengesteld werkwoord 3c
103 Samengesteld werkwoord 3d
104 Samengesteld werkwoord 3e
105 Samengesteld werkwoord 4

Het wederkerend werkwoord

106 Wederkerend werkwoord 1
Wederkerend werkwoord 2
107 Wederkerend werkwoord 2 a
108 Wederkerend werkwoord 2 b
109 Wederkerend werkwoord 2 c
110 Wederkerend werkwoord 2 d

Het werkwoord van positie

111 Werkwoord van positie 1
112 Werkwoord van positie 2

Het onpersoonlijke en het koppelwerkwoord

113 Onpersoonlijk werkwoord
114 Koppelwerkwoord

Werkwoordgroepen

115 te 1
116 te 2
117 Dubbele infinitief 1
118 Dubbele infinitief 2
Aspectualiteit
119 Aspectualiteit a (duratief)
120 Aspectualiteit b (duratief)
121 Aspectualiteit c (duratief)
122 Aspectualiteit d (duratief)
123 Aspectualiteit e (inchoatief)

De woordvolgorde in de enkelvoudige zin

Volgorde objecten
124 Volgorde objecten a
125 Volgorde objecten b
126 Volgorde objecten c
127 Volgorde objecten d
128 Volgorde objecten e
129 Volgorde objecten f
130 Volgorde objecten g
131 Volgorde objecten h

Het betrekkelijk voornaamwoord en de betrekkelijke bijzin

132 Betrekkelijk voornaamwoord 1
133 Betrekkelijk voornaamwoord 2 (met impliciete antecedent)
134 Betrekkelijk voornaamwoordelijk bijwoord 1
135 Betrekkelijk voornaamwoordelijk bijwoord 2

De samengestelde zin

136 Nevenschikkende zin
137 Voorwerpszin 1
138 Voorwerpszin 2
139 Onderwerpszin
140 Bijzin van tijd 1
141 Bijzin van tijd 2
142 Bijzin van tijd 3
143 Bijzin van causaliteit
144 Bijzin van gevolg en doel
145 Voorwaardelijke bijzin 1
Voorwaardelijke bijzin 2
146 Voorwaardelijke bijzin 2a
147 Voorwaardelijke bijzin 2b
148 Voorwaardelijke bijzin 2c
149 Voorwaardelijke bijzin 2d
150 Bijzin van vergelijking en beperking
151 Bijzin van toegeving 1
152 Bijzin van toegeving 2
153 Impliciete bijzin

De woordvolgorde in de samengestelde zin

154 Volgorde samengestelde zin 1
155 Volgorde samengestelde zin 2
156 Volgorde samengestelde zin 3