maandag, 28 februari 2022 10:15

Student-assistent Nederlandse Taalunie Speciaal

Geschreven door Leine Meeus
Beoordeel dit item
(1 Stem)

Studenten Nederlands in Padua (Veneto, Italië)

Ik was gedurende drie maanden (oktober-december 2021) student-assistent voor de afdeling Nederlands aan de Università degli Studi di Padova. Hierbij hielp ik vier Italiaanse studenten uit het tweede en derde jaar van de bacheloropleiding en drie studenten uit de Masteropleiding met hun mondelinge taalvaardigheid in het Nederlands. Met de studenten uit het tweede en derde jaar kwam ik elke maandagochtend een uur samen. Ook de studenten uit de master zag ik wekelijks een uur, maar niet op een vaste dag of tijdstip.

De ontmoetingen met de studenten

Tijdens onze eerste ontmoeting waren de tweede-en derdejaarsstudenten nog wat terughoudend en voorzichtig, omdat het naast de lessen Nederlands op de universiteit voor hen de eerste keer was dat ze met een moedertaalspreker in gesprek gingen. De eerste afspraken had ik het gevoel dat ze niet goed wisten wat te zeggen en dat ze bang waren om fouten te maken. Als ik hen een vraag stelde, antwoordden ze kort met één of twee woorden, maar niet met een volledige zin en ze gaven geen extra commentaar. Maar al snel merkte ik dat ze meer en meer loskwamen, dat ze meer probeerden en vooral meer durfden. Ik was blij op te merken dat hun Nederlands elke week verbeterde en dat ze vlotter uit hun woorden geraakten. Ik moedigde hen aan om zo weinig mogelijk Italiaans te gebruiken als ze het Nederlandse woord niet wisten en vroeg hen bijvoorbeeld naar een synoniem of om op een andere manier uit te leggen wat ze bedoelden. Bovendien begonnen ze me vragen te stellen over zaken die tijdens de lessen Nederlands aan bod waren gekomen, over bepaalde gezegdes, het verschil tussen Nederlands in Nederland en Nederlands in België, etc. Daardoor merkte ik dat ze oprecht geïnteresseerd waren en er meer over wilden leren. De studenten zijn op een paar maanden tijd heel hard gegroeid.

Omdat de masterstudenten al wat meer ervaring hadden, was het voor hen niet zo’n drempel om Nederlands te spreken. Twee van hen zijn ook al in Nederland op Erasmus geweest en hadden de Nederlandse taal dus al in het dagelijks leven gehoord. Maar ook zij hebben tijdens onze afspraken heel wat vooruitgang geboekt. Ik merkte dat ze de eerste ontmoetingen nog vaak Italiaanse woorden gebruikten als ze de Nederlandse vertaling niet wisten, maar na een tijdje probeerden ze me het woord in het Nederlands uit te leggen, of zochten ze naar een synoniem. Hun uitspraak verbeterde sterk en al snel konden ze me een volledig verhaal in het Nederlands vertellen, zonder op het Italiaans terug te vallen. De studenten maakten gebruik van gevarieerde woordenschat en vielen niet altijd terug op de standaard zinsconstructies. Verder hebben ze altijd interesse getoond in de Nederlandse taal en stelden ze me veel vragen over zaken die ze bijvoorbeeld op de Facebookpagina van Stad Antwerpen hadden zien passeren, ze vroegen me naar Nederlandse liedjes, films en televisieseries. De studenten hebben hun Nederlands, ondanks de ervaring die ze al hadden, sterk verbeterd en kunnen volledige gesprekken met een moedertaalspreker voeren.

Gespreksstof

Omdat ik niet goed kon inschatten hoe ver de studenten al stonden met hun mondelinge vaardigheid in het Nederlands, ben ik bij de tweede-en derdejaarsstudenten heel rustig begonnen met een aantal standaardvragen, bijvoorbeeld ‘Waarom heb je ervoor gekozen om Nederlands te studeren?’.  Dat waren algemene vragen over de opleiding, over de stad, over Italië in het algemeen, om wat los te komen en om niet meteen over ingewikkelde onderwerpen te moeten spreken. Ook voor mij was dat een goede manier om van start te gaan, want zo kon ik wat meer over de stad en de universiteit te weten komen. Om niet elke keer over school te hoeven spreken en om voor wat variatie te zorgen, had ik ook een spel voorbereid. Ik had een lijstje met een twintigtal algemene vragen opgesteld, bijvoorbeeld ‘Wie is je favoriete acteur?’ of ‘Welk land wil je absoluut nog bezoeken?’. De studenten moesten om de beurt een van de vragen voorlezen, zelf antwoord geven en vervolgens moesten ook de anderen antwoorden. Dat was een groot succes en een goede manier om elkaar wat beter te leren kennen. Omdat ik de studenten buiten ons wekelijkse uurtje ‘Nederlands mondeling’ af en toe ook op de universiteit of op café zag, leerden we elkaar al snel goed kennen en konden we over heel uiteenlopende onderwerpen spreken. Dat maakte het voor ons allen wat minder schools en zorgde er ook voor dat er gevarieerd taalgebruik aan bod kwam.

Ook met de masterstudenten was het makkelijk onderwerpen te vinden om in het Nederlands over te kunnen spreken. Omdat het contact vanaf de eerste afspraak vlot verliep, vonden we al snel raakpunten en gemeenschappelijke interesses, met heel wat interessante conversaties als gevolg. Onze gedeelde passie voor literatuur zorgde er dan ook voor dat we interessante boeken met elkaar konden uitwisselen, wat ook voor mij erg leerrijk was. Toch vond ik het ook belangrijk om af en toe over actuele onderwerpen in België te spreken, zoals politiek of hoe de coronacrisis in België wordt beleefd. Maar naast de meer geleerde onderwerpen konden we evengoed uren over films, series en de Italiaanse en Vlaamse keuken praten. Het viel me op dat het voor hen ook makkelijker was om over alledaagse, niet schoolse onderwerpen te spreken, omdat er dan geen taalbarrière is in verband met bijvoorbeeld register. Als we over de lessen op de universiteit spraken, hadden ze de neiging om formele termen te gebruiken, die je in een woordenschathandboek zou studeren. Door over uiteenlopende onderwerpen te spreken die leven onder twintigers, gebruik je meer gevarieerde woordenschat en komen er vaker nieuwe woorden naar boven.

Mijn ervaring

Als ik er nu aan terugdenk dat ik voordat ik naar Padua kwam twijfelde om student-assistent te worden, kan ik nu alleen maar heel blij zijn dat ik het heb gedaan. Het is een erg interessante en leerrijke ervaring geweest. De vragen die de studenten me stelden hebben me zelf meer doen nadenken over de Nederlandse taal, want als moedertaalspreker sta je vaak niet stil bij de zaken die voor anderstaligen niet van zelfsprekend zijn. Bovendien ben ik erg dankbaar dat ik op deze manier met Italiaanse studenten in contact ben gekomen, die uiteindelijk mijn vrienden zijn geworden. En het was natuurlijk een goede gelegenheid om mijn Italiaanse woordenschat bij te schaven, want ook ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om hen af en toe een vraag te stellen.

Leine Meeus

Toegepaste Taalkunde: Nederlands – Engels – Italiaans

KU Leuven Campus Antwerpen

Erasmus Padua: september 2021-februari 2022

Lees 102 keer Laatst aangepast op maandag, 28 februari 2022 10:39
Log in om reacties te plaatsen